Kenniscentrum

Telematicawoordenlijst

Deze woordenlijst legt in klare taal de begrippen uit rond geolokalisatie, vlootbeheer en voertuigbeveiliging. Elk begrip krijgt zijn juiste vakbetekenis, van GNSS tot CAN-bus en van tachograaf tot ecodriving.

Opvolging en cartografie

GNSS / GPS

GNSS (Global Navigation Satellite System) is de verzamelnaam voor de satellietconstellaties voor plaatsbepaling, waaronder het Amerikaanse GPS, Galileo, GLONASS en BeiDou. Een telematicakastje berekent zijn positie door meerdere constellaties op te vangen, wat de nauwkeurigheid en de beschikbaarheid van het signaal verbetert. De term GPS sloeg oorspronkelijk enkel op de Amerikaanse constellatie, maar wordt in het dagelijks taalgebruik gebruikt voor geolokalisatie in het algemeen.

Geofencing (virtuele zones)

Geofencing tekent een virtuele geografische zone op de kaart: een werf, een depot of een hele regio. Het systeem stuurt een melding zodra een voertuig die zone in- of uitrijdt, in realtime. Het is een sleutelinstrument van vlootbeheer om rondes op te volgen, een perimeter te beveiligen of aanwezigheidsrapporten te automatiseren.

Geocoding (adres)

Geocoding, of geocodering, zet GPS-coördinaten (breedte- en lengtegraad) om in een leesbaar postadres, en omgekeerd. Op het platform wordt elke ruwe positie zo een straatnaam en een gemeente, makkelijker te lezen dan een reeks cijfers. Omgekeerde geocodering laat "Industrielaan, Nijvel" zien in plaats van een paar getallen.

Opvolging in realtime

Opvolging in realtime toont de bijgewerkte positie van de voertuigen doorlopend op een kaart, met enkele seconden tussentijd. Ze steunt op het regelmatig doorsturen van GPS-frames via het mobiele netwerk naar het platform. Snelheid, richting en de status van het contact horen bij elke positie.

Rittenhistoriek

De rittenhistoriek, of rittenregistratie, legt elke verplaatsing van een voertuig vast met vertrekpunt, stops, traject en duur. Zo kan je een werkdag opnieuw afspelen, een passage staven of de afgelegde kilometers berekenen. De gegevens worden bewaard om activiteits- of fiscale rapporten te maken.

Telematica

Telematica combineert telecommunicatie en boordelektronica om de gegevens van een voertuig op afstand te verzamelen, door te sturen en te gebruiken. Ze omvat de GPS-plaatsbepaling, het uitlezen van de CAN-bus, de communicatie met het platform en de meldingen. Het is de technische basis van modern vlootbeheer.

Voertuiggegevens (CAN-bus)

CAN-bus

De CAN-bus (Controller Area Network) is het interne netwerk dat de rekeneenheden van een voertuig verbindt, van de motor tot de versnellingsbak. Door zich erop aan te sluiten leest een telematicakastje gegevens van de constructeur, zoals het motortoerental, het verbruikte brandstof of de foutcodes. Die aansluiting onderscheidt echte vlootopvolging van een gewone GPS-tracker; zie de pagina vlootbeheer.

J1939 / FMS-interface

SAE J1939 is het standaard CAN-protocol voor vrachtwagens, bussen en machines, dat vastlegt hoe de motor- en voertuiggegevens gecodeerd zijn. De FMS-interface (Fleet Management System) is een genormaliseerde connector die een deel van die gegevens beschikbaar stelt aan systemen van derden, los van het merk van de vrachtwagen. Samen laten ze toe een vloot met meerdere merken op een uniforme manier uit te lezen.

Kilometerteller

De kilometerteller is de totale kilometerstand van het voertuig. Uitgelezen op de CAN-bus levert hij een betrouwbare kilometerstand zonder handmatige invoer, om onderhoud te plannen, een kostprijs per kilometer te berekenen of een fiscale afrekening op te stellen. Zonder CAN-aansluiting kan de afstand uit de GPS-posities worden gereconstrueerd.

Motoruren

De motoruren tellen de werkingstijd van de motor met het contact aan, ook stilstaand. Dat gegeven is essentieel voor werfmachines en landbouwmachines, die weinig rijden maar veel draaien. Het dient om het onderhoud op een realistische basis te plannen in plaats van enkel op de kilometerstand.

Brandstofniveau

Het brandstofniveau wordt uitgelezen op de CAN-bus of via een aparte sonde, in procent of in liter. Gekruist met de ritten en het stationair draaien brengt het oververbruik, tankbeurten en abnormale dalingen die op aftappen kunnen wijzen aan het licht. Het is een concrete basis om de kosten op te volgen.

AdBlue

AdBlue is een ureumoplossing die in de uitlaat van recente dieselmotoren wordt ingespoten om de stikstofoxiden te verminderen, via het SCR-systeem. Het niveau ervan verschijnt op de CAN-bus, wat vermijdt dat een voertuig met een leeg AdBlue-reservoir stilvalt. De opvolging laat toe de bijvulbeurten voor een hele vloot te anticiperen.

Foutcodes

De foutcodes, of DTC (Diagnostic Trouble Codes), zijn de meldingen die de rekeneenheden van het voertuig genereren bij een afwijking. In realtime doorgestuurd vanaf de CAN-bus wijzen ze op een beginnend defect nog voor het lampje op het dashboard. Zo kan je een werkplaatsbezoek plannen in plaats van stilstand te ondergaan.

Beveiliging en diefstalbeveiliging

Na-diefstalsysteem (SVR)

Een na-diefstalsysteem, in het Engels Stolen Vehicle Recovery (SVR), dient om een voertuig na een diefstal te lokaliseren en terug te vinden. Het combineert plaatsbepaling, weerstand tegen jamming en een verbinding met een meldkamer. Belgische verzekeraars eisen het vaak boven een bepaalde voertuigwaarde; zie de pagina diefstalbeveiliging.

Jammingdetectie (storing)

Jamming stuurt een stoorsignaal uit om de GPS- of GSM-trackers van een gestolen voertuig stil te leggen. Een degelijk na-diefstalsysteem detecteert die aanval en reageert: alarm, startonderbreking of vergrendeling. De lokalisatie kan via andere kanalen doorlopen, ook onder jamming; zie de pagina diefstalbeveiliging.

Motoruitschakeling / startonderbreking (SECO)

De motoruitschakeling belet dat het voertuig opnieuw start, door het startcircuit te onderbreken (SECO-functie, Secure Engine Cut-Off). Het commando gebeurt op afstand vanaf het platform, of automatisch volgens een beveiligingsscenario. Uit voorzorg wordt de onderbreking nooit geactiveerd op een rijdend voertuig.

TT-categorie

De TT-categorieën delen de na-diefstalsystemen in volgens hun beveiligingsniveau en hun mogelijkheden voor lokalisatie en interventie. Uw verzekeringscontract vermeldt de categorie die voor uw voertuig vereist is. Bezorg ons die referentie om een geschikt systeem te krijgen; details op de pagina diefstalbeveiliging.

INCERT

INCERT is de Belgische instantie die voertuigbeveiligingssystemen, hun installateurs en de meldkamers certificeert. Bij onze na-diefstalinstallaties is het de partnermeldkamer die INCERT-erkend is, onder het nummer TB-0004; zij ontvangt de meldingen en coördineert de interventie. Onze kastjes zijn zelf niet INCERT-erkend, en dat beweren we ook niet.

iButton / RFID 1-Wire (chauffeursidentificatie)

De iButton is een elektronische contactsleutel die de bestuurder op een lezer legt om zich te identificeren, via het 1-Wire-protocol (een variant van RFID). Zo weet het systeem wie welk voertuig bestuurt en wanneer, wat de rapporten per bestuurder en de ecodriving-score voedt. Zonder geldige identificatie kan het starten worden geblokkeerd.

Privé-/professioneelmodus

De privé-/professioneelmodus laat de bestuurder toe zijn privéritten te verbergen terwijl zijn professionele ritten geregistreerd blijven. Hij beantwoordt aan de AVG-eisen wanneer een bedrijfswagen ook privé wordt gebruikt. Het maskeren wordt automatisch uitgeschakeld bij slepen, loskoppelen of een ongeval.

Conformiteit

Slimme tachograaf

De slimme tachograaf (smart tachograph) is het verplichte toestel dat de rij- en rusttijden van vrachtwagens registreert. De tweede generatie stuurt bepaalde gegevens op afstand door en kan door de autoriteiten worden gecontroleerd zonder het voertuig te stoppen. De gegevens worden automatisch gedownload via de oplossing tachograaf op afstand.

DDD-bestand

Het DDD-bestand is het standaardformaat van de gegevens die van een tachograaf en een bestuurderskaart worden gedownload. Het regelmatig ophalen en archiveren ervan is een wettelijke verplichting. Het downloaden op afstand vermijdt het fysiek langsbrengen van het voertuig en het hanteren van de kaart; zie de pagina tachograaf op afstand.

Bestuurderskaart

De bestuurderskaart is de persoonlijke chipkaart die de chauffeur op de tachograaf identificeert en zijn activiteit registreert. De gegevens moeten volgens de regelgeving worden gedownload en bewaard. De tachograaf op afstand automatiseert dat downloaden zonder het voertuig of de bestuurder stil te leggen.

Rij- en rusttijden

De rij- en rusttijden worden geregeld door de Europese verordening om vermoeidheid achter het stuur bij beroepschauffeurs te beperken. De tachograaf registreert die tijden, en de niet-naleving ervan leidt tot sancties bij controles. De opvolging laat toe overschrijdingen te anticiperen voor de inbreuk er is.

Ecodriving / bestuurdersscore

Ecodriving meet de rijkwaliteit op basis van accelereren, remmen, snelheidsovertredingen, scherpe bochten en overtoeren. Elke bestuurder krijgt een score die de verbetermarges toont en helpt om brandstof, slijtage en schadegevallen te verminderen. Details op de pagina ecodriving.

Hardware en connectiviteit

Telematicakastje

Het telematicakastje is de boordunit die de GPS-positie opvangt, de CAN-bus uitleest en de gegevens via het mobiele netwerk naar het platform stuurt. Onze kastjes worden intern ontwikkeld en aangepast aan de behoeften, van een eenvoudige tracker tot een volledige CAN-aansluiting. De keuze van het model hangt af van het voertuig en van de verwachte functies.

IP67-/IP68-/IP69K-classificatie

De IP-classificatie (Ingress Protection) beschrijft hoe goed een kastje bestand is tegen stof en water. IP67 doorstaat kortstondige onderdompeling, IP68 langdurige onderdompeling, en IP69K weerstaat hogedrukreiniging met warm water, courant op machines en voertuigen die met de spuit worden gewassen. Hoe hoger de classificatie, hoe zwaardere omstandigheden de hardware aankan.

BLE (Bluetooth Low Energy)

BLE (Bluetooth Low Energy) is een radioverbinding op korte afstand met een zeer laag verbruik. Ze verbindt draadloze sensoren en bakens met het kastje, bijvoorbeeld voor temperatuur of voor de identificatie van een gesleept actief. Het is een sleutelonderdeel van asset tracking en van omgevingsmetingen.

Temperatuursensor / koelketen (reefer)

Een temperatuursensor bewaakt de omgeving van een gekoeld compartiment (reefer) en registreert de koudecurve gedurende het hele transport. Hij stuurt een melding zodra een drempel wordt overschreden, voor de goederen in gevaar komen. Het is een sleutelpunt van transport onder geconditioneerde temperatuur; zie de pagina containers.

Slaapmodus

De slaapmodus verlaagt het verbruik van een kastje wanneer het voertuig of het actief langdurig stilstaat. De elektronica gaat in sluimerstand en wordt gewekt door een beweging, op een tijdstip of op oproep van het platform. Dat laat een autonome tracker toe lang op batterij mee te gaan.

M2M-simkaart

De M2M-simkaart (Machine to Machine) is een simkaart die is ontworpen voor verbonden toestellen, met een centraal beheer van het kaartenpark en vaak roaming bij meerdere operatoren. Ze verzorgt de verbinding tussen het kastje en het platform, ook in het buitenland. Haar profiel is geoptimaliseerd voor kleine, regelmatige datavolumes.

Batterijautonomie

De batterijautonomie is de tijd dat een autonome tracker werkt zonder externe voeding. Ze hangt af van de capaciteit van de batterij, de frequentie van de posities en het gebruik van de slaapmodus. Op een goed ingestelde assettracker kan ze meerdere jaren bedragen.

Platform

Vlootbeheer

Vlootbeheer bundelt de opvolging, de analyse en de aansturing van een wagenpark vanaf één platform. Het brengt posities, verbruik, onderhoud, rijgedrag en kosten samen om de operationele beslissingen te ondersteunen. Zie de pagina vlootbeheer.

Asset tracking

Asset tracking lokaliseert materieel zonder contactslot: aanhangwagens, containers, machines, gereedschap. Het steunt op autonome trackers met een lange autonomie, zonder bekabeling of voeding. Details op de pagina asset tracking.

White label

Met white label kan je het platform aanbieden onder je eigen huisstijl, logo en domeinnaam. Je klanten of je teams gebruiken de tool zonder het merk van de leverancier te zien. Het is een courante keuze voor verdelers en grote accounts.

API

Een API (programmeerinterface) laat software van derden toe om op een geautomatiseerde manier gegevens uit te wisselen met het platform. Posities, ritten, meldingen of rapporten kunnen zo je ERP, je TMS of je facturatietool voeden. De integratie verloopt via vastgelegde stromen, zonder dubbele invoer.

Een vraag over een begrip?

Sluit een woord uit de lijst niet aan bij uw situatie? Leg ons uw behoefte uit, wij vertalen de vaktaal naar een concrete oplossing, met meer dan 30 jaar expertise, pioniers sinds 1993. Bereikbaar van 8.30 tot 18 uur.